De geschiedenis van condooms

1350-1220 VC

In de tijd van de oude Egyptenaren gebruikten stamhoofden al speciale hulzen om zichzelf te beschermen tegen infecties, verwondingen en insectenbeten.

100-200

Het vroegste bewijs van condoomgebruik in Europa wordt geleverd door grotschilderingen in Combarelles in Frankrijk, daterend uit de 2e eeuw na Christus. Eén beeld toont een man en vrouw die gemeenschap hebben, waarbij de penis van de man "beschermd " is.

De 16e eeuw

Pas in 1564 verscheen in Europa de eerste publicatie over de beschermende eigenschappen van het condoom. De publicatie vermeldt proeven uitgevoerd door de Italiaanse anatoom Gabriel Fallopius, naar de effectiviteit van een linnen huls als bescherming tegen syfilis. Fallopius rapporteerde dat van de elfhonderd deelnemende mannen niemand werd geïnfecteerd.

De 17e eeuw

De oorsprong van de naam "Condoom" is onbekend, hoewel er verscheidene verhalen en theorieën de ronde doen. De eerste melding van dit woord is te vinden in "A Scots answer to a British vision", een gedicht dat waarschijnlijk geschreven werd door John Hamilton in 1706. Eén van de theorieën die het meest voorkomt is dat het condoom werd genoemd naar zijn uitvinder Condom of Conton, die aan het hof van Koning Karel II diende. Sommigen zeggen dat hij dokter was, anderen kolonel, en dat Karel II zo verheugd was over de uitvinding dat hij de uitvinder tot ridder sloeg. Dit is een aardig verhaal, maar over het algemeen wordt er weinig geloof aan gehecht. Een andere theorie is dat “condoom” is afgeleid van het Latijnse woord "condus", wat "eerbiedig" betekent.

De 18e eeuw

Het condoom, toen nog gemaakt van o.a. schapendarm of visblaas, werd steeds bekender en populairder. Het is niet bekend of het condoom meer gebruikt werd voor anticonceptie dan als bescherming tegen ziekten, maar uit 18e-eeuwse literatuur blijkt dat het condoom al wel gezien werd als anticonceptiemiddel. Er verschenen condoomwinkels, die zelfs adverteerden. De achttiende eeuw bracht ook de misschien wel meest beruchte condoomgebruiker uit de geschiedenis voort. Casanova gebruikte namelijk condooms niet alleen om zich te beschermen tegen infecties maar vooral om te voorkomen dat al zijn "vriendinnen" zwanger zouden worden. Hij verwees naar het condoom met verschillende namen: "Redingote Anglaise" (Engelse Regenjas), "Calottes d'assurance" (verzekeringsmuts). Zijn enige bezwaar was: "Ik houd er niet van mij op te sluiten in een stuk dode huid om te bewijzen dat ik wel degelijk levend ben".

De 19e eeuw

In Japan was het condoom bekend als Kawagata, ook Kyotai genoemd en vervaardigd uit dun leer. Daarnaast gebruikten de Japanners ook condooms gemaakt van schildpaddenhuid of hoorn.

De volgende mijlpaal in de geschiedenis was in 1843 toen de industriëlen Charles Goodyear en Thomas Hancock het vulkaniseren van rubber uitvonden. Hun uitvinding leidde niet alleen tot de autoband van rubber, maar gaf de condoomindustrie de mogelijkheid tot massa productie van een goedkoper en betrouwbaarder condoom.

Vulkanisatie is een productieproces waarbij ruw rubber wordt behandeld met zwavel en blootgesteld aan hoge temperaturen. Dit maakt het rubber duurzamer voor verschillende doeleinden.

De 20e eeuw

Een tweede technische revolutie vond plaats toen het rubber, gebruikt voor het vervaardigen van een aantal voorwerpen zoals het condoom, vervangen werd door vloeibare latex. Automatisering droeg ook bij tot de evolutie in de productietechnieken. Vanaf dat moment konden condooms steeds sneller beter en dunner gemaakt worden. Zo ontstonden er variaties in vormen, textuur en kleuren.

In 1957 Introduceerde Durex het eerste condoom dat al voorzien was van glijmiddel. In 1969 volgde het eerste anatomisch gevormde condoom en in 1994 het eerste condoom gemaakt van polyurethaan.

De verkrijgbaarheid van condooms was niet vanzelfsprekend. In de verenigde staten werd de verkoop van condooms legaal in 1920. Maar in Nederland pas in 1972. Tot die tijd werden condooms ‘onder de toonbank’ verkocht. Ierland sluit de rijen met legalisering van het condoom in 1992.